Introductie in ( Sowa Rigpa ) de Tibetaanse geneeskunde

In het Tibetaans is ‘Sowa Rigpa’ de naam voor de Tibetaanse geneeskunde. ‘Sowa Rigpa’ betekent letterlijk: kennis van leven en helen. Door inzicht in - en kennis van - het leven en de geest, heel je. Iemand die deze geneeswijze uitoefent, kan ‘amchi’ of ‘menpa’ genoemd worden.
De oorsprong van de Tibetaanse geneeskunst ligt in het Boeddhisme. Dit leert ons onder meer dat onze emoties en dieper liggende gemoedstoestanden voortkomen uit een beginloze onwetendheid. Dit houdt ons, zonder dat wij dat weten, vast in een cirkel van leven en dood.
Het Boeddhisme doet daarom een sterk beroep op de ontwikkeling van de geest (mind), omdat die gezien wordt als de basis van alles wat zich in of bij iemand voor doet.

De Tibetaanse geneeskunde gaat uit van een onlosmakelijk verband tussen lichaam en geest. In deze eeuwenoude heelkunst wordt ziekte gezien als een uit balans raken van de drie basisenergieën: wind-, gal- en slijmenergie. Die disbalans ontstaat zodra deze basisenergieën verstoord raken door bijvoorbeeld emoties, maar ook de wisseling van de seizoenen, eetwijze of gedrag en ziekteverwekkers van buitenaf spelen een belangrijke rol.
De basis voor de kunst van leven en helen ligt voor de Tibetanen in het in harmonie zijn van deze energieën.

Meer over deze basisenergieën hier